Veel paardenhouders hebben geen boerenachtergrond, en veel wat komt kijken bij het zelf houden van paarden is nieuw en moet je leren. Zo ook hoe je zelf van je eigen land kan hooien. In dit stappenplan lees je hoe dit proces in zijn werk gaat en wat er allemaal bij komt kijken.
Wanneer je ervoor kiest om zelf (machinaal) te hooien van je eigen land, heb je uiteraard een trekker nodig om het gereedschap te kunnen gebruiken. In theorie kan het ook allemaal met de hand, met een ouderwetse zeis, hark en het maken van hooiruiters, maar dát vind ik dan weer niet zo efficiënt😉.
Zelf ben ik de samenwerking aangegaan met een loonwerker, dit scheelde een hoop aanschafkosten én het is fijn om op iemand anders zijn ervaring te kunnen varen.
Stap 1: Paardenhooi maaien: wanneer en waar moet je op letten?
Om je weide goed te kunnen maaien, heb je een goed maaidek nodig, zoals een cyclomaaier. Het is belangrijk dat de messen goed scherp zijn. Dit voorkomt vastlopen van het maaidek, maar is ook beter voor het gras. Anders zie je vaak dat de bovenste halve centimeter van het overgebleven plantje doodgaat. Hierdoor duurt het langer voordat het weer goed kan groeien.
Meestal wordt een maaihoogte van 6–7 cm aangehouden. Bij korter maaien duurt het langer voordat het gras herstelt, en bij hoger maaien is de opbrengst matiger.
Stap 2: Hooi schudden voor paarden: hoe vaak en waarom is het belangrijk?
Gras dat vers is en te veel op elkaar ligt, gaat snel fermenteren. Misschien heb je zelf weleens met een zitmaaier het gras te lang in de opvangbak laten liggen. Dan weet je dat dit heel snel gaat broeien. Na een half uur heb ik zelf al gemerkt dat er broei in komt. En dit wil je natuurlijk niet voor je hooi.
Het hooi moet minimaal dagelijks, en afhankelijk van de weersomstandigheden vaker, worden geschud. Hoeveel dagen dit moet, is afhankelijk van het weer. Het meest optimale weer is felle zon en een flinke wind; dan droogt het gras het snelst.
Stap 3: Hooi harken waarom is dat nodig?
Voordat het hooi geperst kan worden in balen, wordt het gras eerst in dijkjes gelegd door een grote machinale hark. Doordat het netjes in dijkjes ligt, kan het hooi makkelijker worden opgepakt door de baaltjespers.
Zorg er voor dat je, indien nodig, van tevoren handmatig ongeveer 1 meter (overleg met je loonwerker voor de specifieke afstand) vanaf de omheining het hooi naar binnen toe harkt. Zo zorg je ervoor dat de opbrengst zo hoog mogelijk wordt!
Stap 4: Hooi persen tot balen
Het grote moment van de waarheid: hoeveel opbrengst is er? Het hooi word geperst in balen met een hooipers (ook balenpers genoemd). In dit mooie apparaat wordt het hooi samengeperst, worden er plakken gemaakt en komen er touwen omheen om het bij elkaar te houden. Aan de achterkant komen de baaltjes uit de machine en worden ze achtergelaten op het land.
Stap 5: Paardenhooi opslaan: hoe bewaar je balen veilig en droog?
Het hooi wil je het liefst zo snel mogelijk opgeborgen hebben in de opslag. Je wilt het hooi niet ’s nachts op het land laten liggen, omdat er dan dauw op je hooi komt en het dus vochtig wordt. Dit zorgt ervoor dat je hooi gaat schimmelen.
Het hooi sla je het liefst op in een opslag die droog is, maar wel voldoende ventileert. Zorg dat je de stapels niet te strak naast elkaar zet, voor de ventilatie.
Eventueel kan je het op pallets en onder een groot bouwzeil opslaan. Zorg er wel voor dat je het niet te veel inpakt, want het moet goed blijven ventileren. Wanneer je het op deze manier opslaat, moet je regelmatig controleren of het zeil nog goed zit. Zeker op dagen wanneer het hard waait en er regen wordt verwacht.
Stap 6: Hooi analyseren voor paarden: waarom en hoe doe je dat?
Deze stap is niet noodzakelijk, maar wel goed om te weten wat op zijn minst het eiwit- en suikergehalte is van het hooi. Wanneer het hooi een te laag eiwitgehalte heeft voor je paard, zal je dit moeten bijvoeren. Staat je paard bijvoorbeeld veel in het werk, is hij senior of heb je een drachtige of zogende merrie, dan is de eiwitbehoefte hoger dan bij een volwassen paard dat licht in het werk staat.
Wanneer het hooi een hoog suikergehalte heeft en je hebt een paard dat gevoelig is voor overgewicht, al te zwaar is of gevoelig is voor hoefbevangenheid, dan kun je overwegen om stro bij te voeren. Zo kun je over de dag kleinere porties hooi geven, zonder dat je paard langer dan 4 uur zonder ruwvoer staat.
Om die porties goed te verdelen over de dag, kan een hooivoerautomaat uitkomst bieden. De Haybutler is hiervoor een mooie oplossing.
Hooi mag je in principe direct van het land analyseren; je hoeft niet te wachten. Dit hoeft alleen wanneer het hooi niet droog genoeg is. Maar dat wil je sowieso niet, omdat je voldoende droog hooi wilt. Anders wordt het voordroog. Dat kan ook, maar dat is niet de strekking van dit blog, want dat is een iets ander proces.
Stap 7: Zelfgemaakt vers hooi voeren: waar let je op
Er is altijd veel discussie over wanneer je vers hooi mag voeren. Hooi zou eerst moeten besterven voordat je dit aan een paard mag voeren. Deze informatie klopt niet helemaal.
In principe mag je hooi direct voeren wanneer het een vochtgehalte van < 12% heeft. Dit vochtgehalte wil je sowieso bereiken om te voorkomen dat je hooi gaat schimmelen. Wanneer je je hooi hebt laten analyseren, weet je ook wat het gemiddelde vochtgehalte is van je hooi en of het dus veilig is om direct te voeren.
Deze fabel over het besterven van hooi is afkomstig van hooi dat relatief te nat wordt geperst. Daarom moet het nog besterven, oftewel verder drogen. Echter, dit proces is niet gewenst, omdat het een grote kans op schimmelvorming en broei geeft. In sommige gevallen kan broei resulteren in een schuurbrand. Om dit proces veilig te laten slagen, heb je een zeer goed geventileerde ruimte nodig en mag het hooi maximaal 22% vocht bevatten. Dit “nadrogen” duurt 2–4 weken. Tijdens dit proces mag het niet gevoerd worden aan paarden, omdat het een bepaald fermentatieproces doorloopt.
Ik heb ook weleens gelezen op een forum dat boterbloem zes weken de tijd nodig heeft om niet meer giftig te zijn. Dit is echter een fabel die (gelukkig) niet klopt.
Wanneer boterbloem (Ranunculus spp.) vers gegeten wordt, is dit zeker giftig vanwege de stof protoanemonine. Gelukkig eten de meeste paarden hieromheen, omdat de plant bitter smaakt. Echter, bij overbegrazing en gebrek aan ander voedsel kunnen sommige paarden toch deze plant eten (honger maakt immers rauwe bonen zoet). Vrijwel direct na het maaien en zeker tijdens het drogen verdwijnt deze gifstof uit de plant. Hierdoor is gedroogde boterbloem niet meer giftig in het hooi.
Wil je meer weten over giftigheid van veelvoorkomende planten die je in je hooi kan tegenkomen? Check dan dit blog dat ik hierover geschreven heb.
Bronnen