Het wisselen van ruwvoer probeer ik bij mijn eigen pony's indien mogelijk geleidelijk te doen. Een snelle verandering van het ruwvoer wordt namelijk gezien als een risicofactor voor koliek. Maar hoe lang heeft een paard eigenlijk nodig om aan ander ruwvoer te wennen?
Nieuw wetenschappelijk onderzoek naar het wisselen de voordroog geeft interessante inzichten. De onderzoekers zagen dat gezonde pony’s zich binnen vijf dagen metabolisch aanpasten aan een nieuwe soort voordroog. Betekent dit dat we voortaan sneller kunnen wisselen?
Waarom is geleidelijk wisselen van ruwvoer het advies?
Ruwvoer vormt de basis van het rantsoen van paarden. In de dikke darm leven micro-organismen die helpen bij de vertering van vezels. Wanneer het rantsoen verandert, kunnen ook de activiteit van deze micro-organismen en de stofwisselingsprocessen in het spijsverteringsstelsel veranderen.
Een verandering van ruwvoer wordt in verband gebracht met een verhoogd risico op spijsverteringsproblemen, waaronder koliek. Daarom wordt meestal geadviseerd om geleidelijk over te schakelen. Een eerder advies is om hiervoor één tot drie weken te nemen. Dit probeer ik ook altijd zo te hanteren, indien de hooivoorraad dit toelaat.
Dit is niet altijd eenvoudig, de levering van hooi komt bijvoorbeeld later als verwacht. En bij voordroog kan een lange overgangsperiode lastig zijn omdat er na het openen van een baal snel bederf kan optreden omdat er zuurstof bijkomt.
Dit was een van de aanleidingen voor het onderzoek van Moore-Colyer en collega's, gepubliceerd in Equine Veterinary Journal in oktober 2026.
Hoe is het onderzoek uitgevoerd?
Aan het onderzoek deden acht Welsh Mountain-pony’s mee. Ze waren gemiddeld negen jaar oud, waren gezond en hadden geen voorgeschiedenis van metabole aandoeningen.
De onderzoekers voerden vier verschillende soorten voordroog. Deze verschilden onder andere in grassamenstelling en het ontwikkelingsstadium waarin het gras was geoogst. Iedere onderzoeksperiode duurde 15 dagen.
Bij de overgang naar een nieuwe soort voordroog werd gedurende drie dagen geleidelijk omgeschakeld:
- Dag 1: 70% oud en 30% nieuw voordroog.
- Dag 2: 50% oud en 50% nieuw voordroog.
- Dag 3: 30% oud en 70% nieuw voordroog.
- Daarna: volledig over op het nieuwe voordroog.
De onderzoekers verzamelden op verschillende momenten urine en mest. In het laboratorium analyseerden ze de aanwezige stofwisselingsproducten, ook wel metabolieten genoemd. Hiermee wilden ze onderzoeken hoe het lichaam reageerde op de verandering van ruwvoer en hoe snel het zich aanpaste.
Wat waren de resultaten?
De onderzoekers zagen dat de stofwisselingsprofielen veranderden na een overgang naar ander voordroog. De omvang van de veranderingen hing onder andere samen met de samenstelling van het voer.
Een opvallende bevinding was dat de onderzoekers binnen vijf dagen metabole aanpassing waarnamen. Ook vonden ze verschillen in onder andere glycine, een aminozuur in de urine, en verschillende stofwisselingsproducten in de mest. Interessant genoeg zagen ze weinig verandering in het microbioom van de achterdarm (hindgut), dit lijkt dus vrij stabiel te blijven ondanks de veranderde samenstelling van het voordroog.
De onderzoekers concludeerden dat de geleidelijke overgang over drie dagen bijdroeg aan stabiele stofwisselingsprocessen. Ze adviseren wel om paarden gedurende de eerste vijf dagen na de introductie van nieuw voordroog extra goed in de gaten te houden (mest, eetlust, gedrag).
Belangrijk: de onderzoekers maten stofwisselingsproducten in urine en mest. Ze onderzochten dus niet rechtstreeks of een snellere overgang daadwerkelijk meer of minder koliek veroorzaakt. De resultaten geven inzicht in de aanpassing van het lichaam, maar bewijzen niet dat een overgang binnen drie dagen voor ieder paard veilig is.

Wat betekent dit voor de praktijk?
Ik vind dit onderzoek interessant, omdat het meer inzicht geeft in hoe snel paarden zich kunnen aanpassen aan een nieuwe soort voordroog. Blijkbaar is een redelijk snelle overgang in drie dagen onder de onderzochte omstandigheden mogelijk, waarbij de stofwisselingsprocessen zich in de daaropvolgende dagen verder aanpassen.
Er zijn echter belangrijke kanttekeningen.
Ten eerste deden slechts acht pony’s mee. Dat is een kleine onderzoeksgroep. Grotere onderzoeken zijn nodig om beter te begrijpen of deze resultaten ook gelden voor andere paarden en onder andere omstandigheden.
Daarnaast kregen de pony’s uitsluitend voordroog. De resultaten kunnen daarom niet zonder meer worden vertaald naar paarden die ook een balancer of andere aanvullende voeding krijgen.
Ook kunnen de samenstelling van het oude en nieuwe ruwvoer en de gezondheid van het paard een rol spelen. Een overgang tussen twee vergelijkbare partijen is immers iets anders dan een grote verandering in de voedingswaarde van het rantsoen.
Tot slot onderzocht deze studie voordroog. De resultaten zijn niet automatisch toepasbaar op het wisselen van hooi.
Mijn conclusie
Dit onderzoek geeft interessante aanwijzingen dat gezonde pony’s zich relatief snel kunnen aanpassen aan een nieuwe soort voordroog. Een overgang over drie dagen lijkt onder de onderzochte omstandigheden mogelijk, maar het onderzoek bewijst niet dat dit voor ieder paard zonder risico is.
Voor mij geeft dit onderzoek wat meer inzicht en wat meer speelruimte. Wel zou ik extra alert blijven tijdens de eerste vijf dagen en bij kwetsbare paarden voorzichtig zijn met veranderingen in het rantsoen.
Wil je verder lezen hoe je je paard veilig kan schakelen van en naar weidegang? Lees hier verder.
Wil je het onderzoek zelf lezen?
Je vindt de oorspronkelijke wetenschappelijke publicatie hier:
Forage chemical composition drives early metabolic shifts in ponies fed different haylages
Bron: Moore-Colyer MJS, Daniels S, Harris P. Equine Veterinary Journal, gepubliceerd op 6 oktober 2026.

